Zwemmen doen we graag. Met de Middellandse Zee in onze ‘achtertuin’ zitten we hier goed. Het helderblauwe water, de mooie zandstranden. Israël heeft veel te bieden!

Die ene keer was het echter zo anders. Het water was blauw als altijd. Aan het zandstrand lag het ook niet. Het probleem was de enorme hoeveelheid plastic die in het blauwe water dreef. Je hoefde maar een paar slagen te doen of de slierten plastic zaten al verstrengeld om je vingers en tenen. Over ‘plastic soup’ had ik regelmatig wat gelezen. Nu wist ik opeens hoe het ‘smaakte’. Niet naar meer…

Deze week was daar opeens de wetenschappelijke onderbouwing van onze ervaring. De regio Tel Aviv bleek na Barcelona en het Turkse Silicië de Middellandse Zee-badplaats te zijn waar het meeste plastic aanspoelt: gemiddeld 21 kilo per kilometer kuststrook. Voor de liefhebber ook nog even het totaalplaatje: Iedere minuut (!) dumpen we met elkaar een hoeveelheid plastic vergelijkbaar met 30.000 halveliterflessen in de Middellandse Zee. Daar word je toch echt even stil van.

Geloof me, dit nieuws vindt men hier in Israël niet leuk. Recent was er het Europees Songfestival. Er werd veel aangedaan om Tel Aviv als vakantiebestemming op de kaart te zetten. En dan lezen miljoenen Europeanen nu opeens over vervuilde stranden…

Eerlijk gezegd verbaasde het nieuwsartikel mij niet. De relatie tussen Israël en plastic is innig. Wie wel eens in een Israëlische supermarkt is geweest, zal zich mogelijk verbaasd hebben over de meterslange schappen vol plastic borden, bekers, schalen en bestek. Waar je in Nederland tegenwoordig met moeite nog iets van wegwerpplastic kunt vinden in de supermarkt, krijg je in Israël spontaan keuzestress.

Een persoon met een enigszins ontwikkeld groen geweten krijgt vervolgens spontaan evangelisatieneigingen als hij of zij afrekent bij de kassa. Immers, overal zie je klanten onbekommerd de afgerekende boodschappen verpakken in plastic tasjes. Een stevige winkelkar betekent al snel zo’n twintig tasjes. Alsof stevige, herbruikbare boodschappentassen niet bestaan…

Een van de Israëlische kranten schreef deze week een achtergrondartikel over het fenomeen Israël en plastic. De journalist wist op te vissen dat Israël na de Verenigde Staten in absolute aantallen de tweede grootste consument van plastic wegwerpproducten is. Totaal gaat het om 4.500.000.000 plastic borden en andere gebruiksvoorwerpen per jaar. Dan sta je met je negen miljoen inwoners wel even te kijk.

Een verklaring was er ook. Volgens de krant was het een bijverschijnsel van de wens om koosjer te eten. Ook de grote gezinnen waren er debet aan; plastic scheelt afwas. Ook het hier populaire fenomeen barbecueën zal er wel mee te maken hebben. Leuk gevonden die oorzaken. Ondertussen blijft het een treurig gegeven.

Er gloort echter licht aan de horizon. Het begint klein. Vrienden vertelden me dat zij bij het boodschappen doen demonstratief de wegwerpplastictasjes hergebruiken. Het levert in de supermarkt de nodige reacties op en stimuleert tot navolging. Verder staan er tegenwoordig zo’n 23.000 plasticcontainers op straat. Het is de bedoeling dat burgers daarin hun lege flessen deponeren…

Nog belangrijker is een religieuze motivatie om beter met de schepping om te gaan. Een groeiend aantal rabbijnen – vaak van het ‘lichtere soort’ – roept zijn of haar volgelingen op om het land van melk en honing niet te laten verworden tot het land van plastic en kunststof. Een prachtige ontwikkeling!

Ondertussen ben ik er ook best trots op dat we als CIS een project steunen dat het milieubewustzijn onder jongeren moet vergroten. Dat dit belangrijk was, wist ik al. Dat het urgent is, werd me deze week duidelijk. Doorgaan dus!