Nee, we hebben hier geen kerstvakantie, geen kerstnachtdienst, geen kerstconcert, maar wél een kerstboom. Er vielen harde woorden over de groene spar, maar uiteindelijk staat hij dit jaar weer te stralen; bij de Nieuwe Poort van de Oude Stad.

Kerst in Jeruzalem is anders dan in Nederland. En laat ik eerlijk zijn, zo heel erg vind ik dat niet. Het eten is hier thuis altijd smakelijk, daarvoor hebben we geen kerstdiner nodig. Het missen van de kerstvakantie wordt royaal gecompenseerd met andere vakanties. En kerstprullaria lagen me toch al niet zo. O ja, de kerststol, dat is wel een dingetje.

Hoe dan ook met Kerst gaan onze kinderen gewoon naar school. Duik ik zoals gebruikelijk in de boeken, zwaait mijn vrouw de scepter in huis én danken we dat Jezus naar deze wereld kwam.

Dit laatste gebeurde vijf kilometer verderop. In Bethlehem, achter de veiligheidsmuur, is het Kerst zoals in Nederland. Al een paar weken staat er een kitscherige, metershoge kerstboom op het Manger Square, het centrale plein van de stad. Commerciële Arabieren verkopen er rode kerstmutsen. Een kerststal heb ik in Bethlehem nog niet gesignaleerd. Vorig jaar stond die er in februari nog, misschien hebben ze er dit jaar even genoeg van.

De verschillen tussen de twee werelden, aan de beide zijden van de muur, zijn deze weken nog groter dan ze normaal al zijn. Het zet me aan het denken.

Ik houd van Israël, ik houd van het Joodse volk. Juist daarom raakt het me om te signaleren hoe groot de afkeer tegen Kerst is – hoewel ik het vanuit Joods perspectief natuurlijk best begrijp. Zelfs afgeleide symbolen die wat mij betreft niets met Kerst te maken hebben, liggen gevoelig. Zo was er in de havenstad Ashdod sprake van een regelrechte ‘oproer’ (ik citeer Israëlische media) vanwege een kerstboom in een modern winkelcentrum. De nieuwe strengreligieuze locoburgemeester van de stad stond erop dat de bescheiden spar verwijderd zou worden. De boom met lichtjes zou mensen met een joodse identiteit ‘verwonden’. De boom bleef staan; alleen hoe lang nog?
Ondertussen signaleer ik bij mezelf iets wat ik nooit had kunnen vermoeden: voorzichtige sympathie voor een kerstboom.

Ja en dan is daar de andere kant van de muur. Daar wordt Kerst volop gevierd, alleen minstens zo vercommercialiseerd als in Europa en Amerika. Jezus gaf Zijn hemelse heerlijkheid en glorie op om hier vijf kilometer verderop geboren te worden; daar word ik stil van. Het doet me juist daarom pijn als ik zie hoe handige lui in Bethlehem daar financieel een slaatje uit slaan. Het Kerstkind is in Bethlehem verworden tot een commercieel product.

Ondertussen is het bijna Kerstfeest. ‘Verwacht geen speciale dingen met Kerst’, zo waarschuwde onze voorganger. ‘Wél zijn er prachtige kerstgeschenken; heerlijke beloften uit Gods Woord.’ Dat belooft een mooie Kerst te worden!